MINOR is een oriënteringsvereniging die leden kent met verschillende ambities bij het beoefenen van deze mooie sport. De een is een fanatieke beoefenaar en wil aan zoveel mogelijk wedstrijden deelnemen om te winnen. De ander beschouwt een oriënteringsroute als een lekkere wandeling op plaatsen waar je anders niet komt. Beiden hebben de uitdaging gemeen om alle posten in het terrein te willen vinden.

De komende weken wil de redactie van deze website enkele van hen in het zonnetje zetten. Deze keer is Niels Peter Foppen aan de beurt. Hij traint wedstrijd gericht en heeft zelfs een eigen oriënteringstrainer. Buiten zijn werk om, draait eigenlijk alles om de oriënteringssport. Wat betekent dat eigenlijk?

Wie is Niels Peter Foppen?
Niels Peter is 27 jaar, woont in Utrecht en is sinds zijn twaalfde actief in de oriënteringssport bij MINOR. Hij heeft een aantal jaren zeer beperkt kunnen trainen in verband met een hardnekkige kuitblessure. Sinds 2009, kan hij, onder begeleiding van de fysiotherapeut, weer volledig trainen en doet dat wedstrijdgericht. Zijn focus ligt dit jaar op de sprint bij de Europese kampioenschappen in Zweden en de wereldkampioenschappen in Zwitserland. Dat is nog een hele uitdaging omdat hij fulltime werkt als visual designer bij frog in Amsterdam.

Vraag:
Waarom heb je gekozen voor deze aanpak en wat wil je uiteindelijk bereiken?
Antwoord:
Vanaf het moment dat ik weer volledig kon trainen ben ik gaan nadenken over wat ik wil bereiken in de sport. Ik wil in de komende jaren zoveel als mogelijk uit de sport halen en kijken waartoe ik persoonlijk in staat ben. Ik zit nu nog ‘in de bloei’ van mijn leven dus nu is het moment. Sprint is mijn favoriete discipline en wil mij daarop focussen. De oriënteringssport in Nederland is erg klein en om beter te worden moet je je grenzen verleggen. Daarom heb ik gekozen voor een club in Zweden en word begeleid voor een coach van die club.

Vraag:
Hoe gaat de combinatie van wedstrijdgericht sporten met een fulltime baan? Wat moet je er bijvoorbeeld voor laten en kun je een beetje een balans vinden?
Antwoord:
Het is te combineren met een fulltime baan maar het vergt wel een zekere discipline en dagelijkse routine. Voor mij houd dit in dat ik ‘s avonds of laat eet of laat train. Dit hangt een beetje af van het type training. Daarnaast op tijd naar bed. Een drankje met collega’s na het werk sla ik vaak af. Als ik andere afspraken heb, bijvoorbeeld eten met vrienden, dan train ik ‘s ochtends voor mijn werk.

Trainingen
Je vader heeft je de afgelopen jaren begeleid bij het samenstellen van de trainingschema’s. Ook ben je twee jaar lid geweest van de Zweedse club Sävedalens AIK en zij hebben je geholpen met trainingen en accommodatie bij door jezelf georganiseerde trainingskampen in Gothenborg. Toch leverde dat voor jou te weinig profijt op. Momenteel train je onder leiding van Thomas Furuheim, trainer van IFK Lidingö, en bent ook lid geworden van deze club in Stockholm. Met deze club is hij de afgelopen paar maanden op trainingskamp geweest in Zwitserland, Portugal en Denemarken.

Vraag:
Kun je ons iets vertellen over de samenwerking met je nieuwe trainer?
Antwoord:
Samen met Thomas heb ik aan het begin van het seizoen 2011-2012, begin november 2011, een globaal plan met piek momenten opgesteld voor dit competitie jaar. Via een online platform, vergelijkbaar met Attackpoint maar dan afgeschermd, stelt hij het trainingsprogramma op. Na afloop van mijn trainingen kan ik alle data en ervaringen daar met hem delen. Daarnaast kan ik gedurende de gehele week bij hem terecht voor vragen en advies via bijvoorbeeld e-mail of Skype.
Omdat ik Thomas enkel tijdens trainingskampen zie zijn deze kampen belangrijk voor het aanscherpen van mijn techniek.

Vraag:
Hoe ziet een gemiddelde trainingsweek er voor jou uit en wat is je favoriete training?
Antwoord:
Het is lastig om een “gemiddelde trainingsweek” te omschrijven omdat dit afhangt van het seizoen. In de winter ligt het accent meer op duurvermogen opbouwen in de lente meer op snelheid. Binnen de seizoenen draai ik een cyclus af met lage, gemiddelde en hoge intensiteit weken.
De gemiddelde intensiteit week welke vooraf ging aan het trainingskamp in Denemarken zag er als volgt uit:
Ma: Rustdag
Di: rustige ochtendloop (25min), ‘s avonds lange duurloop (1u30min)
Wo: rustige duurloop en loopscholing (1u) + kracht (25min)
Do: interval training 2x(6x2min) met 1min rust en 3 min setrust (1u15min incl w-up en c-down)
Vr: lange duurloop (1u35min)
Za: rustige ochtendloop (35min), ‘s middags interval training 4x(4x200m) bijna maximaal, met 1min rust en 4min setrust (1u30min incl w-up en c-down)
Zo: rustige ochtendloop (30min) , ‘s middags interval training 3x10min net onder anaerobe drempel (1u30min incl w-up en c-down)

Vraag:
Hoe zien de trainingskampen er uit en wat hebben de trainingskampen voor jou tot nu toe opgeleverd?
Antwoord:
Elk trainingskamp heeft zijn focus. Het trainingskamp in Zwitserland was toegespitst op de wereldkampioenschappen en we hebben daar de diverse wedstrijd disciplines getraind op relevante kaarten. Het trainingskamp in Portugal stond deels in het teken van de 10MILA (een van ‘s werelds grootste nacht relay wedstrijden in Zweden welke erg belangrijk is voor de club). Het trainingskamp in Denemarken stond deels in het teken van de 10MILA.
De trainingskampen bieden mij de mogelijkheid om in een groep van sterke lopers ervaring op te doen in diverse terreinen, relevant voor de voor mij belangrijke wedstrijden. Het geeft mij de mogelijkheid te leren van hun ervaringen en nieuwe inzichten op te doen.

Vraag:
Volg je ook een speciaal dieet tussen de trainingen en wedstrijden?
Antwoord:
In principe eet is gewoon wat ik wil eten maar probeer er wel op te letten dat ik voldoende producten eet die voldoende voedingswaarde leveren, zoals koolhydraten, eiwitten en vetten. Ik houd wekelijks in de gaten of mijn gewicht op peil is.

Wedstrijden
Onze geïnterviewde neemt in zijn klasse Heren 21 regelmatig deel aan binnen-, en buitenlandse wedstrijden. In de NOLB competitie zijn Sergey Fedatsenka, Koen de Jong en broer Wouter zijn vaste concurrenten.

Vraag:
Welke wedstrijden en wedstrijdonderdelen zijn je favoriet ?
Antwoord:
Sprint wedstrijden en relay’s zijn mijn favorieten. Bij sprint vind ik de combinatie van snelheid en het koelbloedig routekeuzes maken fantastisch. De relay is mooi omdat je met je teamgenoten voor de overwinning strijdt. Het is spannend.

Vraag:
Hoe ervaar je de concurrentie in Nederland en bij buitenlandse wedstrijden?
Antwoord:
De sport is in Nederland erg klein en als gevolg daarvan is er ook weinig concurrentie. Sergey is in Nederland de sterkste loper. Mijn directe concurenten zijn op een hand te tellen.Je hebt echter wel meerdere concurrenten nodig om jezelf te kunnen verbeteren. De concurrentie bij Nederlandse en buitenlandse wedstrijden is dan ook niet te vergelijken. Al net over de grens, in België, is de concurrentie al vele malen groter.

Vraag:
Het beoefenen van de oriënteringssport zoals jij dat nu oppakt met trainingskampen en buitenlandse wedstrijden is een dure aangelegenheid. Hoe financier jij je sport?.
Antwoord:
Ik ben blij en dankbaar dat IFK Lidingö een deel van de kosten van trainingskampen betaalt. Het merendeel betaal ik echter zelf. Mijn fulltime baan is daarom wel weer praktisch. Ik spaar veel. Daarnaast is het een kwestie van keuzes maken. Voor mij is dit momenteel belangrijk en ben daarom bereid er geld in te steken.

Vraag:
Je hebt een periode van blessureleed achter de rug waardoor jij je niet volledig op je sport kon richten en soms genoegen moest nemen met mindere klasseringen . Hoe ga jij in het algemeen om met dergelijke teleurstellingen?
Antwoord:
Die blessureperiode heb ik gelukkig achter mij gelaten. Ik vond het destijds vrij frustrerend.
Voor wat betreft teleurstelling bij mindere klasseringen; dat hoort bij sport. Dat maakt het ook zo mooi. Niet iedereen kan de beste zijn. Het is een uitdaging om te kijken hoe je jezelf kunt verbeteren. Zo daag je jezelf uit en blijf je groeien.

Tot slot:
Vraag:
Welke anekdote die je hebt meegemaakt tijdens trainingen of wedstrijden wil je met ons delen?
Antwoord:
Toen ik nog junior was, misschien een jaar of 14-15 oud, liep ik bij HOC’93 voor het eerst in mijn leven een 7.5km route. Het was winter, het was koud en ik was doorweekt door een moerasje waar ik was doorgestoken. Na de finish voelde ik mij uitgeput en ellendig. M’n vader zag mij met tranen op het gezicht en dacht dat ik nooit meer zou orienteren, haha. Nu, jaren later, denk ik met een glimlach terug aan die wedstrijd.

Vraag:
Je vader was vroeger je begeleider. Hoe zijn nu de verhoudingen in de begeleiding?
Antwoord:
Ik vind het fijn dat m’n vader gewoon m’n vader is bij wie ik ook gewoon kan aankloppen voor advies, maar dat Thomas mijn trainer is. Bij Thomas heb ik het gevoel dat ik ‘verantwoording’ moet afleggen over wat ik heb getraind en daarvoor is mijn relatie met mijn vader te familiair.

Vraag:
Wat is je gouden tip aan andere oriënteerders ?
Antwoord:
Ga eens op een trainingskamp of naar een wedstrijd in zuid Europa in de winter! Bijvoorbeeld de Portugal O Meeting. Kwalitatieve wedstrijd en lekker weer! Prima om vooruit te blikken op een lekker voorjaar.

Onze dank aan Niels Peter voor zijn bijdrage.

Foto’s door Jorge Dias en Øystein Kvaal Østerbø.